|
Het vreemdetalenonderwijs in Nederland
Als het gaat om het leren van een vreemde taal, dan heeft iedereen wel een mening over hoe dat gedaan moet worden. We hebben immers allemaal wel vreemde-taalonderwijs gehad en denken daarom dat het de manier was om de taal onder de knie te krijgen. Gaat dat niet helemaal naar wens, dan wordt al gauw geroepen dat men geen talenknobbel heeft, of dat men er te weinig aan doet. Vreemd genoeg wordt er niet over getwijfeld of de gehanteerde didactiek wel de beste is. Voor een dyslecticus betekent dit dat deze al snel in het hokje van de luien of de niet-talenknobbels wordt ingedeeld.
De praktijk
Uit alle eindtermen van het Voortgezet Onderwijs blijkt dat leerlingen geacht worden de volgende vier vaardigheden in de betreffende taal te ontwikkelen: lezen, luisteren, spreken en schrijven. Afgezien van de relatieve zwaarte van elke vaardigheid zou je verwachten dat deze alle vier ruim aandacht krijgen in de lessen. Voor de dyslecticus zou dat inhouden dat hij, wat betreft het spreken en verstaan eigenlijk geen problemen zou hoeven te hebben.
Met andere woorden, hij zou op twee van de vier genoemde vaardigheden gelijkwaardig kunnen zijn aan zijn niet-dyslectische klasgenoten. Helaas is de praktijk anders. Immers, het geschreven woord in tekstboek en werkboek staat centraal en krijgt de nadruk.
Wat gebeurt er eigenlijk in het vreemdetalenonderwijs?
Jammer genoeg is het nog vaak zo dat, ondanks de communicatieve leergangen die inmiddels op de markt zijn verschenen, de traditionele manier van vreemdetalenonderwijs wordt gehanteerd. De bijgeleverde werkboeken worden meestal wel gebruikt, maar de nadruk ligt vaak nog op het eindeloos oefenen van grammaticale structuren en het leren van (losse) woordjes. De bijbehorende audio-cd's en cd-roms worden zelden ingezet en de doeltaal wordt door vele docenten niet of nauwelijks in de klas gebruikt.
Voor de leerlingen betekent dit dat ze de taal vooral via het schrift moeten leren. Voor een dyslecticus is dit rampzalig, juist gezien de aard van zijn handicap (zie boven).
Het nieuwe leren, daarentegen, dat op verbazingwekkend snelle wijze op vele scholen is ingevoerd, schiet weer door naar de andere kant. In het zgn. competentiegericht leren wordt de leerling geacht allerlei praktisch gerichte opdrachten te vervullen, waarbij men ervan uitgaat dat de leerling al doende allerlei taalvaardigheden opdoet. Vaak wordt dit soort onderwijs gegoten in de vorm van digitaal onderwijs: boeken aan de kant en alles via de laptops. Dat dit vele leerlingen te weinig structuur en houvast biedt is evident
Geen spellingonderwijs
Nadat de leerling zes (!) jaar lang spellingonderwijs- en training heeft gehad in de moedertaal, gaat hij naar een school voor het VO. Daar krijgt hij naast Engels, ook nog Frans en Duits. Talen waarmee vele leerlingen niet of nauwelijks bekend zijn. En opeens wordt de (dyslectische) leerling geconfronteerd met het zelfstandig leren van woordjes waarvan hij niet eens weet hoe die uitgesproken worden, waarvan hij de betekenis moet leren, de spelling hoort te kennen en weten moet hoe zo'n woord in een zin gebruikt moet worden.
Geen uitspraakonderwijs
Aan het leren van de juiste uitspraak wordt eigenlijk geen aandacht besteed. Zo zijn er geen leergangen waar systematisch getraind wordt met bijvoorbeeld minimal pairs (bijvoorbeeld in het Engels: bet-bat; hat-had). Nieuwe klanken in de vreemde taal, zoals bijvoorbeeld de Duitse /ts/ in Zahn, de Franse /zj/ in jour of the Engelse /dzj/ in joy, krijgen nauwelijks aandacht. In sommige leergangen worden hooguit de /th/ in het Engels of de neusklanken in het Frans kort genoemd.
Het verschil tussen korte klinkers en lange klinkers of tweeklanken wordt ook niet besproken.
Hier en daar wordt iets gezegd over stemhebbende en stemloze medeklinkers in het Engels, als het gaat om de uitgang -s of de -ed. Dat is heel spijtig want het toepassen van spelling- en uitspraakregels hangt vaak af van kenmerken van de klankomgeving (lange/korte klinker, stemloos/stemhebbend, klemtoon e.d.) Zo wordt in vele gevallen in het Duits en Engels een korte klinker gevolgd door een dubbele medeklinker: der Mann, retten en cherry, stopping.
Niet alleen dyslectici, ook de ‘gewone’ leerlingen, zouden baat hebben bij een iets uitgebreider uitspraakonderwijs, want een correcte uitspraak werkt ondersteunend bij het spellen en het herkennen van gesproken taal.
Kenmerken van de orthografie
Iedereen die in Nederland op een basisschool heeft gezeten, heeft op een systematische wijze leren spellen. Blijkbaar ligt er dus een systeem ten grondslag aan de Nederlandse spelling.
Het feit dat er bij het leren van een vreemde taal geen spellingonderwijs wordt gegeven betekent daarom niet dat deze talen geen spellingsysteem zouden kennen. Zelfs het Engels blijkt bij nadere bestudering systematische kenmerken te hebben!
Het Nederlandse spellingsysteem is gebaseerd op 4 spellingcategorieën.De eerste drie zijn direct gelateerd aan een klank:
Basisspellingen: een vast teken voor een vaste klank. Hoor je een /b/, dan schrijf je een b. Je schrijft op wat je hoort.
Regelspellingen: een ander teken voor die klank, in vast omschreven klankomgevingen of posities in het woord. Hoor je een /b/ na een korte klinker, dan wordt die verdubbeld als er nog een lettergreep volgt. Je past een spellingregel toe.
Inprentspellingen: indien er geen sprake is van een vast teken en er ook geen regel voor is dan heet zo'n teken een inprentspelling. Bijvoorbeeld: je hoort /o/ in bureau, maar je moet de klinker niet schrijven zoals in bijvoorbeeld in ziezo. Je moet deze spellingvariant in het woord bureau zelf onthouden.
Opbouwspellingen: deze hebben te maken met de opbouw van het woord. Vaak is die morfologisch/grammaticaal bepaald. Je hoort /t/, je spelt ik word, jij wordt. Met andere woorden als ik bepaalde eigenschappen van het woord ken, kan ik de juiste spelling bedenken. Ook vaste woordstukjes, die bijvoorbeeld de woordsoort aangeven, vallen hieronder. Je hoort /u/ in het laatste stukje van heerlijk en smakelijk.
Op dezelfde wijze kunnen de spellingen in het Frans, Duits en Engels worden ingedeeld.
Het verschil in moeilijkheidsgraad van de spelling tussen de diverse talen zit hem in het feit dat bepaalde categorieën dichter bevolkt zullen zijn in de ene taal dan in de andere taal.
Zo kent het Duits weinig inprentspellingen, maar het Engels juist heel erg veel. Het Frans, met zijn ingewikkelde grammatica kent weer veel opbouwspellingen. Datzelfde geldt voor het Duits.
Het ligt voor de hand dat klanken die je op je gehoor kunt schrijven of waar je een spellingregel kunt toepassen het gemakkelijkst zijn en dat inprentspellingen lastig zijn om te onthouden. Je moet zelf strategieën ontwikkelen om die spelling in dat woord vast te leggen. Echter, omdat in de vreemde talen geen spellingonderwijs wordt gegeven zijn alle spellingen in die talen inprentspellingen geworden. In feite wordt het de leerling dus nog eens extra lastig gemaakt de geschreven vorm van de taal te leren beheersen.
Conclusie
De problematiek waarmee dyslectische kinderen worstelen, namelijk het verwerken van geschreven taal, was voor velen al een grote handicap in de basisschool. Maar daar het hun moedertaal betreft, die ze in gesproken vorm beheersen slagen desondanks velen erin het basisonderwijs (redelijk) af te sluiten.
De wijze waarop in Nederland een vreemde taal wordt aangeleerd, vooral via geschreven taal, werpt in het VO een nieuwe barrière op. Door de nadruk op het schrift wordt hun de kans ontnomen zich de (gesproken) taal eigen te maken.
Wanneer je een taal niet enigszins in gesproken vorm beheerst wordt het extra moeilijk, zo niet ondoenlijk, zeker voor een dyslecticus, om het spellen en lezen onder de knie te krijgen.
Het ontbreken van spellingonderwijs en de gerichte aandacht voor de gesproken taal versterken dit alleen maar.
Dit betekent voor vele leerlingen dat hun rapporten er, zeker voor de vreemde talen slecht uitzien en dat ze uiteindelijk op een lager niveau terecht komen dan zij qua aanleg zeer waarschijnlijk aankunnen
Deze website
Deze website probeert tips en handvatten aan te reiken waarmee men de dyslectische leerling kan helpen zich een weg te banen door de geschreven vormen van de diverse vreemde talen. Dat geldt natuurlijk voor het spellen en het technisch lezen, maar ook op het gebied van het begrijpend lezen en het woordjes leren proberen we ondersteuning te bieden. Dat het Engels daarbij een centrale rol speelt heeft niet alleen te maken met het feit dat het Engels als vreemde taal zo'n belangrijke positie inneemt in ons onderwijs. Dat heeft ook te maken met de vaak lastige klank-tekenkoppelingen van deze taal. Meer informatie vindt u onder de betreffende talen zelf.
|