2.jpg
Dé website over Dyslexie en het leren van Vreemde Talen
Technisch lezen Engels

Engels: technisch lezen


Welke aanpak?

Velen zijn van mening dat het Engels zo’n onregelmatig spellingsysteem heeft, dat het weinig zin heeft om het op een systematische manier aan te leren. In Engelssprekende landen wordt steeds weer de discussie gevoerd, of kinderen moeten leren lezen op basis van het inprenten van hele woorden (“whole word”, globaalwoordmethode) of via klank-tekenkoppeling (“phonics”).

Teken-klankkoppeling of globaalwoordmethode
Voorstanders van de eerste aanpak benadrukken dat er zoveel uitzonderingen zijn dat je weinig aan teken-klankkoppeling of regels hebt. Voorstanders van de tweede aanpak wijzen er op dat er ook in het Engels voldoende regelmaat te ontdekken valt om met behulp daarvan de leerlingen een stevige basis voor het lezen en spellen te geven. Als het gaat om zwakke lezers en spellers in het Engels als moedertaal blijken de voorstanders van de tweede aanpak overigens gelijk te hebben. De systematische methode werpt meer vruchten af

In leergangen: globaalwoordmethode
Wanneer je leergangen Engels in Nederland bekijkt, valt op dat er geen systematische aandacht wordt besteed aan het spellingsysteem. Er wordt niet uitgelegd welke letters met welke klanken samenhangen, er worden geen regels aangeboden die zouden kunnen helpen de woorden te ontsleutelen, er wordt niet geoefend in teken-klankkoppeling. Er is ook geen aandacht voor het automatiseren van de woordherkenning. Kennelijk gaan leerboekauteurs en docenten ervan uit dat dergelijke oefeningen niet nodig zijn, omdat leerlingen op grond van hun training bij het leren lezen van het Nederlands zich wel zullen weten te redden.

In feite lijkt deze werkwijze op een soort globaalwoordmethode. Dat mag voor het leren lezen van het Engels als vreemde taal een geschikte werkwijze zijn voor leerlingen die in het Nederlands normaal hebben leren lezen, voor dyslectische kinderen geldt dat niet. Een dyslecticus zal minder snel dan de klasgenoten de geschreven vorm van woorden in zijn geheugen opslaan, of hij zal de vorm van woorden niet volledig opslaan. Het gevolg is dat hij de woorden niet herkent en gebruik moet maken van spellend lezen, of dat hij de woorden niet juist herkent, en zijn toevlucht neemt tot het raden.
Een zwakke technische leesvaardigheid heeft nog andere gevolgen. Het is goed mogelijk dat een dyslectische leerling in het Nederlands een AVI-niveau heeft dat ver achterblijft op dat van de klasgenoten.
De leerboeken en werkschriften zijn geschreven voor leerlingen die het technisch lezen allang beheersen. Dat heeft tot gevolg dat een dyslectische leerling niet alleen te maken heeft met Engelse teksten die te moeilijk kunnen zijn gelet op het technisch leesniveau, maar dat hij ook kan struikelen over instructies of opdrachten in het Nederlands

Technisch lezen ook bij het leren van woordjes
Hoe moet een leerling die 'onbekende' woorden spellend leest de in een hoofdstuk aangeboden woorden correct ontsleutelen, als op geen enkele manier rekening is gehouden met het achterliggende spellingsysteem? 
Woorden in een leergang zijn gekozen op grond van hun betekenis, omdat ze bij een bepaald thema horen, of goede voorbeelden leveren voor een grammaticaal probleem. Dat heeft tot gevolg dat vanaf het eerste hoofdstuk alle mogelijke teken-klankkoppelingen door elkaar worden aangeboden.
Zo kun je in het eerste hoofdstuk van een leergang Engels voor de basisschool de letters tegenkomen in our, house, your en you, met steeds een andere uitspraak.
En in het eerste hoofdstuk van een leergang voor de brugklas komt de letter in de volgende, steeds anders uitgesproken woorden voor: few, bruises, when, here, we, perhaps.


Hulpsuggesties 

Vooraf
Bij het lezen draait het uiteindelijk om woordherkenning, en woordherkenning betekent dat woorden eerst gekend moeten zijn, anders kunnen ze niet herkend worden.
Omdat een dyslectische leerling wat luisteren en spreken betreft zeker niet onder hoeft te doen voor de klasgenoten, is het van het allergrootste belang dat van die twee vaardigheden gebruik wordt gemaakt om woorden te leren.
Van woorden wordt dus eerst de betekenis en de uitspraak geleerd, en dat laatste zowel receptief (je hoort een woord en weet wat het betekent) als ook productief (je wilt een woord gebruiken en je spreekt het goed uit).
De hoogfrequente woorden die in een leestekst herkend moeten worden zal een dyslecticus in ieder geval bij het luisteren moeten herkennen, en dat zal hem ook geen moeite kosten.
Bij alle hulpsuggesties is steeds het uitgangspunt, dat er geoefend wordt met woorden waarvan de betekenis en uitspraak bekend zijn.

Gebruik maken van audio-ondersteuning
Dyslectische leerlingen leren Engels beter via de klank dan via het schrift. Omdat echter op school Engels vooral via het schrift wordt aangeboden en geoefend, kan het zijn dat zo’n leerling weinig van Engels terecht brengt. Het is daarom in ieder geval belangrijk om van alle extra audiomateriaal bij de leergang gebruik te maken.
Er is meestal een leerling audio-cd met allerlei luisterbronnen; de docent heeft soms weer andere teksten op cd staan, en die zou geleend kunnen worden. Bij de meeste leergangen hoort een cd-rom en/of website, en ook daar is audiomateriaal te vinden.
Bij het leren van woordjes kan een computerprogramma worden ingeschakeld, en wanneer gekozen wordt voor een programma met geluid, wordt voorkomen dat de leerling een verkeerde uitspraak leert (zie lijst van materiaal voor programma’s).
Het is aan te raden oefeningen en opdrachten altijd mondeling door te nemen.
Als de leerling heel veel moeite heeft met het lezen en hij is in het bezit van een Daisyspeler, kan overwogen worden om via www.anderslezen.nl een ingesproken versie van de leergang aan te vragen.

Extra materiaal bij leergangen
Bij een aantal leergangen is extra materiaal verschenen voor de begeleiding van dyslectische leerlingen. Het gaat steeds om materiaal bij het brugklasdeel, dat soms ook in de hogere klassen ingezet zou kunnen worden.
In de lijst met materialen (zie Sites en Adressen) zijn deze titels opgenomen.


Automatisering woordenschat

  • Zichtwoordenschat

Het is hierboven al genoemd: het duurt langer voordat een dyslectische leerling geschreven woordbeelden heeft opgeslagen, en een deel van de woordbeelden zullen niet precies genoeg zijn opgeslagen. Dat heeft tot gevolg dat zo’n leerling minder woorden direct zal herkennen. Voor het lezen van Engelse teksten is het essentieel dat een leerling over een basiswoordenschat beschikt die hij direct herkent, de zogeheten “sight vocabulary”, ofwel zichtwoordenschat.
Het gaat daarbij om hoogfrequente woorden die als het ware het raamwerk vormen van elke geschreven tekst. Doordat een dyslecticus minder woorden herkent, lijkt het logisch dat hij meer moeite zal hebben om onbekende woorden in een tekst te raden. Onbekende woorden kun je immers alleen raden wanneer de woorden eromheen wel herkend zijn. Voor oefenmateriaal voor het opbouwen van een sight vocabulary zie Hulp bij Leerproblemen Engels, onderdeel technisch lezen. Hierin worden tekstjes en oefeningen aangeboden die gebaseerd zijn op de eerste 300  basiswoorden van het Engels. Met deze 300 basiswoorden is een tekstdekking van 65% te halen cvoor elke Engelse tekst! Zie ook Sites en Adressen.

  • Luisterlezen

Een aanpak om de automatisering van woorden te ondersteunen is het ' luisterlezen'. Gebruik maken van het gesproken woord terwijl de leerling dezelfde tekst meeleest noemen we luisterlezen. Om de automatisering van de gelezen woorden te ondersteunen wordt aangeraden elke tekst ongeveer vijf maal al luisterend en lezend te herhalen. Om te voorkomen dat de aandacht dreigt te verslappen bij het meelezen, kan men stukken uit de gedrukte tekst kopiëren en woorden weglakken of veranderen. De leerling moet dan bij het meelezen goed opletten welke woorden zijn weggevallen of veranderd. Natuurlijk is het ook belangrijk om op de inhoud van de tekst  in te gaan. 
In Hulp bij leerproblemen Engels (technisch lezen): Luisterlezen I (1e 500), II (1e 1000) en III (2000) zijn veel luisterleesteksten opgenomen. De teksten die zijn gebruikt vzijn gebaseerd op de basiswoordenschat van het Engels, dat zijn de eerste 2000 basiswoorden. Met deze 2000 basiswoorden kan een tekstdekking van zo'n 80% gehaald worden.

Aangepaste leesboekjes

In het onderwijs van het Engels is een lange traditie van leesboekjes op niveau, de zogeheten “graded readers”. Dit is voor alle leerlingen prachtig materiaal om de leeswoordenschat uit te breiden. Veel van deze boekjes zijn ook ingesproken op cassette of cd, waardoor een goed hulpmiddel voorhanden is om dyslectische leerlingen te ondersteunen bij het lezen (zie voor een catalogus www.practicum-educatief.nl ). 
De leesboekjes, maar ook de teksten in een leergang waar audiomateriaal bij hoort kunnen worden ingezet om de technische leesvaardigheid te trainen. Dat houdt in dat eenzelfde tekst bij herhaling gelezen wordt (zie luisterlezen).

Meer informatie over leesbegeleiding en andere RT activiteiten in het Engels is te vinden in A.J. van Berkel (2006). Orthodidactiek van het Engels.